Originaliteit vuistbijl betwist.
In augustus 2007 vond ik bij het dorp Banholt op een perceel land dat net geploegd was een vuistbijl. Ik heb daar al eens eerder iets over geschreven. Toen, tijdens mijn vakantie op het vakantiepark Mooi Bemelen, bracht ik af en toe enige uurtjes zoek op de akkers in zuid Limburg, op zoek naar artefacten. Tijdens één van mijn rondritjes door dit mooie deel van ons land had ik gezien dat het loonbedrijf van Houdt achter haar bedrijf een perceel land aan het ploegen was. In de nacht nadat ik had gezien dat men daar aan het ploegen was trok er een behoorlijk onweer over dit deel van Limburg. Voor amateur archeologen altijd een seintje dat het na zo,n bui goed zoeken is op pas bewerkte grond. De artefacten die dan aan de oppervlakte liggen regenen schoon en zijn goed te herkennen. Het perceel land dat door het loonbedrijf was omgeploegd staat bekend als een Neolitische vindplaats.
De dag na het onweer reed ik dan ook meteen naar de familie van Houdt en vroeg toestemming om stenen te zoeken op het pas geploegde perceel. Die toestemming wordt mij tot op heden altijd verleend. Men weet dat ik uit Fryslân kom en kent mij ook al jaren. Jaren geleden werd ik door Sjef Waanders, toen nog wonende in de Voerstreek en later in Noorbeek, attent gemaakt op dit perceel als kansrijke vindplaats. Ik herinner mij toen ik voor het eerst ging vragen om toestemming en aan één van de zoons van van Houdt vroeg wie de baas op het bedrijf was, kreeg te horen: "Niemand is hier de baas. God is de baas". De opmerking vormde geen belemmering om toestemming te krijgen voor het zoeken en sindsdien meld ik me ieder jaar bij de familie die mij soms ook suggesties geeft over bepaalde zoekplaatsen. In de loop der jaren heb ik dan ook heel wat fraaie artefacten in de omgeving van Banholt gevonden.
Omdat de net geploegde grond veel water had opgenomen tijdens de onweersbui kon ik niet zonder laarzen mijn zoektocht beginnen. Al snel zag ik schoongeregende afslagen van vuursteen liggen en vond ik onder anderen een prachtige schrabber die helemaal in een cirkelvorm was bewerkt. Toen ik op een gegeven moment langs een diepe ploegvoor liep zag ik een donker stuk vuursteen dat een spitse vorm had en mij deed denken aan het model van een vuistbijl. Omdat het stuk vuursteen behoorlijk vuil was en er veel grond aan kleefde pakte ik het in een tasje. Later op de camping schrobde ik het stuk vuursteen schoon en toen zag ik pas dat het vuurstenen spitse voorwerp een vuistbijl was. Een prachtige vondst waar ik erg blij mee was.
Na de vakantie nam ik de vuistbijl mee naar Buitenpost en liet deze zien aan mijn archeologische leermeester Lammert Postma. Hij was enthousiast over mijn vondst. Toch een beetje voorzichtig vertelde hij dat de vuistbijl er nog vers uitzag maar dat er meer exemplaren in Limburg waren gevonden die zeer goed in de Löss waren geconserveerd en ook nog een verse indruk maakten. Hij adviseerde mij de vuistbijl eens te laten bekijken door de Limburgse amateur archeoloog Jean Pierre de Warrimont. Volgens Lammert een kenner van vuistbijlen uit Limburg. Bij een volgende gelegenheid toen ik weer eens in Limburg was liet in Jean Pierre de vuistbijl bestuderen. Hij vertelde dat er in Limburg vuistbijlen waren aangetroffen die tientallen duizenden jaren oud waren maar er bij het vinden ervan uitzagen alsof ze nog maar pas waren gemaakt. Toch had hij ook twijfels bij mijn vondst. Gezien de vindplaats bij Banholt vertelde hij dat die vindplaats op zich best een kansrijke plaats kon zijn voor het vinden van een vuistbijl. Wat mijn vondst betrof had hij enige twijfels bij de bewerking. Te grof bewerkt vond hij. Daarmee nam ook bij mij de twijfel over de originaliteit toe.
De vuistbijl die ik eerst in het IJstijdenmuseum tentoonstelde heb ik maar weer een plaatsje bij mij thuis gegeven. De vondst bleef vreemd. Iemand suggereerde dat er misschien een amateur archeoloog kon zijn die aan het experimenteren was geweest met vuursteen en de vuistbijl bij wijze van grap had achtergelaten op de Neaolitische site onder Banholt. Dat ging mij eigenlijk te ver. Daarmee zou ik in een soort suggestief verhaal komen zoals Tjerk Vermaning eerder bij zijn bijzondere en omstreden vondsten in Hijkersmilde. Ook daar beweerden sommigen dat iemand anders de artefacten daar in de grond had verstopt. Toch ben ik er nog niet uit. Voor mij blijft het een bijzondere vondst. In de afgelopen jaren heb ik wel meer bijlen of delen van bijlen gevonden maar die konden allemaal gedateerd worden in de Neolithische of Mesolithische periode. Het vinden van een vuistbijl in Nederland is een unicum en staat eigenlijk gelijk met het vinden van een speld in een hooiberg. Misschien kan iemand het raadsel van mijn vuistbijl nog eens ontrafelen.

februari 12, 2009 at 14:04
Ik was vorige week op de manege van M. Kuipers. Op het Tusveld nabij almelo. Daar zijn ze bezig met de ruilverkaveling en komen er veel stenen naar boven. De eigenaresse van de manege gaf mij een raar uitziende steen. Op internet gegoogled lijkt het verdacht veel op een vuistbijl en het meest op die ik ook jouw site zie. Ook deze heeft aan de voorkant een soort rondje en is maar aan één kant bewerkt en dan ook nog eens zeer grof.
Ik zou niet weten wat ik er mee moet doen. Mischien weet iemand hoe ik hem kan laten beoordelen?
Gaarne een reactie.
Groeten Harrie Klein koerkamp
Te Raalte
februari 26, 2009 at 21:21
De midden paleolithische vondsten die door Wil Roebroeks (en de Warrimont) werden opgegraven in de Belvédère (ongeveer een kwart miljoen jaar oud) zien er helemaal vers uit. Juist dáárdoor kon het gebruikssporen onderzoek worden gedaan op het 16,5 centimeter grote mes van Site G. Maar ook de vondsten van Veldwezelt-Hezerwater, pakweg tussen 50.000 en 150.000 jaar oud, die werden opgegraven door Patrick Bringmans (en ook weer de Warrimont) zien er vers uit. Blijkbaar waren die midden paleolieten door de grond goed beschermd tegen verwering.
Na de tweede wereldoorlog is door de intensieve landbouw veel grond verdwenen. Het is dus héél logisch dat de ploeg nu vondsten “opgraaft” uit oudere grond, die er nét zo vers uit zien. Is deze vuistbijl zo een authentieke midden paleoliet??? Het alternatief is dat een waanzinnige (die handig is in het namaken van vuistbijlen) een vervalsing in die akker heeft gestopt om Kloosterman uit te lachen als hij het stuk voor echt aan ziet. Diezelfde waanzinnige is dan wel op heel veel plaatsen bezig geweest, want ik vind zelf ook vaak genoeg vers uitziende midden paleolieten. Misschien heeft die waanzinnige dan ook wel verse stukken stiekem in de grond gestopt tijdens de opgraving in de Belvédère en Veldwezelt en zelfs bij de BAI opgraving in 1965 in Hogersmilde??? Ieder moet zelf weten wat hij gelooft. Maar persoonlijk geloof ik liever in echte stenen dan in valse beschuldigingen.
Jan Willem van der Drift, Maastricht.
maart 1, 2009 at 12:15
GRABBELTON-ARCHEOLOGIE
Geachte heer Van der Drift. U gelooft liever in echte stenen dan in valse beschuldigingen, schrijft u. Het door u gebruikte woord “geloof†is in de verband veelzeggend, want wanneer u de feiten zou kennen zou u vast meer twijfel aan de dag leggen. Zo heeft u de “vuistbijl†van Jan Kloosterman – een oppervlaktevondst – niet onderzocht en dat geldt ook voor de geologische context van deze vondst. Deze zomaar vergelijken met Hezerwater en Belvédère kan natuurlijk pas na gedegen onderzoek.
Ik zie bij u helaas wel een patroon: ook in uw publicaties over “prehistorische sculpturen†ontwaar ik geen spoor van onderzoekende twijfel: u weet het allemaal zeker. Met een open geest voor alle mogelijke verklaringen heeft dat niets van doen. U sluit daarmee aan bij een hardnekkige traditie van uw geloofsgenoten Van Noort en Geerstma. Een soort grabbelton-archeologie: het bijelkaar harken van argumenten die je goed uitkomen en de tegenargumenten maar links laten liggen, of zoals in uw geval, ze niet onderzoeken. En desondanks allerlei boute uitspraken doen en snel even een stukkie op dit weblog schrijven. Daar heeft helemaal niemand wat aan!
Met vriendelijke groet,
Frans de Vries
hoofdredacteur van http://www.archeoforum.nl
november 11, 2009 at 17:45
Hoi Harry,
Je hebt al in februari een berichtje geplaatst over een stuk vuursteen dat je in Almelo hebt gevonden met de vraag of er iemand is die daar eens naar kan kijken.
Heb je al iemand gevonden?
Heb je misschien ook een foto?
Ik ben amateurarcheoloog en ik ben gespecialiseerd in vuursteen. Misschien kan ik je nog helpen?
Groet, Ben Klein Nagelvoort
0546-860154
juli 28, 2010 at 17:48
Kan ik hier reageren op het vuistbijl verhaal?
Ik ben aleen verzamelaar van vuistbijlen, die in winkels en op beurzen circuleren. Ik heb de foto van uw bijl vergroot bekeken.
Ten eerste weet u zelf het beste wat u heeft, want u weet hoe en waar u hem gevonden heeft.
Ten tweede kan ik herkennen, dat hij lijkt op qua vorm en bewerking op drie stukken die ik heb (stukken uit NW-Frankrijk), die als acheuléen en/of laat-acheuleen zijn gedetermineerd. De ruwe bewerking heet geloof ik harde percussie, d.w.z. met steen en niet met been geretoucheerd.
Stukken kunnen inderdaad als nieuw uit de grond komen.
In Nederland is de kans op het vinden van originele stukken nog altijd groter dan van valse, want dat loont de moeite toch niet: één stuk dumpen op een veldje….
Als u de werkelijkheid zo min mogelijk geweld aan wil doen, kunt u het gewoon determineren op laat-acheuléén (of vroeg-moustérien). De ouderdom zou dan rond 200.000-150.000 jr. hangen (maar dat is natte vingerwerk).
T. v.d. Sandt